Bouwen van een buitenzwembad - Administratief
Wat zijn de administratieve verplichtingen inzake ruimtelijke ordening bij het bouwen van een openluchtzwembad? Hieronder vindt u een overzicht, dat niet de ambitie heeft om volledig te zijn. Het wil de belangrijkste zaken op een rijtje zetten.
In geval van twijfel: win informatie in bij de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening. De medewerkers van die dienst zullen u graag helpen.
1. Is een vergunning nodig?
Voor het bouwen van een buitenzwembad is een stedenbouwkundige vergunning (vroeger bouwvergunning genoemd) nodig indien niet aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt.
Indien nodig vraagt u die vergunning aan bij de gemeente.
Voor zwembaden kleiner dan 30 m2 is geen vergunning nodig indien het zwembad zich binnen de 30 meter van de woning en niet in de voortuin bevindt.
Uitzondering zijn kwetsbare gebieden -zoals natuurgebieden- en oeverzones. Uiteraard dient u ook eventuele verkavelingsvoorschriften te volgen.
D&D Benelux heeft in zijn zwembad gamma een ruim aantal zwembaden opgenomen dat aan deze voorwaarden voldoet.
2. Is een architect nodig?
Er is geen architect nodig als je het zwembad zal bouwen op minder dan 30 meter van de vergunde woning en als het kleiner is dan 150 vierkante meter.
Is aan een van die voorwaarden niet voldaan (de uiterste punt van het zwembad ligt bijvoorbeeld op 35 m van de woning), dan is een architect nodig.
3. Welk aanvraagformulier gebruikt u?
Hebt u geen architect nodig, dan gebruikt u het aanvraagformulier eenvoudige dossiersamenstelling. U mag het dossier zelf samenstellen.
Hebt u wel een architect nodig, dan stelt die het dossier samen volgens de uitgebreide dossiersamenstelling.
4. Welke weg volgt uw dossier?
Die vraag is moeilijker te beantwoorden omdat het antwoord afhangt van de ligging van uw grond.
In vele gevallen kan de gemeente (het schepencollege) vrij snel en zelfstandig een beslissing over uw aanvraag nemen. Maar soms is een openbaar onderzoek nodig. Tijdens dat onderzoek kunnen omwonenden bezwaar indienen. Soms moeten ook adviezen van andere administraties worden ingewonnen. Stel bijvoorbeeld dat uw grond paalt aan een spoorweg, dan zal de gemeente het advies van de NMBS inwinnen.
De gemeente zal uw aanvraag beoordelen, rekening houdend met:
- de eventuele bezwaren
- de eventuele adviezen
- de voorschriften van gewestplan, bijzonder plan van aanleg en/of verkaveling
- de mogelijke hinder voor de buurt
(privacy, inkijk, bouwdiepte, terreinbezetting, ...).
Hierna krijgt u de beslissing van het schepencollege.
Wordt uw aanvraag geweigerd, dan kunt u in beroep gaan bij de bestendige deputatie.
Krijgt u een stedenbouwkundige vergunning, dan kunt u beginnen te bouwen, op voorwaarde dat u binnen 25 dagen geen brief van de gemachtigde ambtenaar van stedenbouw gekregen hebt, waarmee hij de vergunning schorst. Die ambtenaar heeft immers de taak om na te kijken of de gemeente alle wetten en reglementen wel heeft gerespecteerd.
5. Begin van de werken.
Vergeet niet voor u met de werken begint en tijdens de hele duur ervan aan de straat aan te plakken dat de vergunning is afgegeven.
Een afschrift van de vergunning en van het dossier moet op het bouwterrein aanwezig zijn.

|